Samensmelten.
Die behoefte aan een soort intense, diepgaande verbinding. Met een ander. Met
iets anders. Met jezelf.
Dat gevoel bij een vonk van intimiteit in een gesprek. Een zachte aanraking of massage. Al surfend in zee.
Ik heb er blijkbaar toch een dingetje mee.
Dat samensmelten.
Waarbij je zodanig wordt opgeslorpt in het moment dat je de tijd volledig uit het oog verliest. De wereld rondom jou zou kunnen ontploffen en je zou het niet eens merken. Alsof je tijdelijk even in een ander universum vertoeft.
Ik mocht het onlangs weer ervaren tijdens een gesprek op The School of Life in Londen. Tijdens een intense dans op een dinsdag. Tijdens het oogcontact met mijn dochter waarbij mijn binnenste ineen
krimpte van de schoonheid ervan.
Telkens die vreemde combinatie van verbinding, ontroering en vitaliteit. Energie die stroomt en tegelijk een warm dekentje troost. Een intens gevoel van: ik leef. In alle geborgenheid.
Alsof je — heel even — deel wordt van een geheel. Welk geheel? Geen idee. Maar de contouren van jezelf worden wat minder scherp. Je voelt je helemaal in het nu. Met de ander. Met
iets anders. Met jezelf.
En vooraleer je me wegklikt wegens vermoeden van het innemen van speciale paddenstoelen: het gaat evengoed om jezelf verliezen in een muzieknummer. Een schilderij. Een vrijpartij.
De slappe lach met vrienden.
Als voorproefje op een volledig samensmelten.
“
Ooit helemaal bemind, ontplooid en in verbinding met alles en iedereen”, zei mijn mama toen ik haar onlangs interviewde voor een audioportret. Ook al zijn we compleet anders, delen we blijkbaar datzelfde verlangen.
Waar komt dat verlangen in godsnaam vandaan? Filosofen en psychologen breken hier ook al duizenden jaren hun hoofd over.
Misschien zoek ik iets bij
de ander. Sommige ontmoetingen lijken mij letterlijk uit te breiden. Alsof ik via iemand anders nieuwe stukken van de wereld en het leven ontdek.
Self-expansion, volgens de psychologie.
Anderen zien dan weer een sterk (soms ongezond) verlangen naar samensmelten als een poging om een leegte te vullen die voortkomt uit een tekort aan verbinding vroeger.
Slik.
C.Jung beschrijft dan weer hoe zulke momenten ons raken omdat we iets ontmoeten dat in onszelf nog onvoldoende gekend of geleefd wordt. Zo ontdek je via de ander misschien ook (verborgen?) stukjes van
jezelf.Of misschien draait het om verbinding met iets wat
ons allebei overstijgt. Iets dat ons allemaal op een vreemde manier verbindt. Plotinus noemde het
Het Ene. Anderen spreken over
eenheid, kosmos, onderstroom, energie. Liefde.
…
Misschien zijn al die intellectuele (en zelfs spirituele) verklaringen kant-en-klare onzin en heeft mijn gulzige verslavingsgevoeligheid gewoon iets nieuws gevonden om zich op te storten.
Misschien is dat willen samensmelten met iets overstijgends een elegante manier om het échte (soms pijnlijke) leven te omzeilen — zoals John Welwood terecht opmerkt met zijn term
spiritual bypassing.
Geen idee welke verklaring klopt.
Misschien allemaal een beetje.
Misschien geen enkele helemaal.
En wat met die boeiende paradox: na zo’n intens samensmelten weer nood hebben aan zuurstof. Contouren. Ruimte voor je eigen identiteit.
Alsof de verbinding soms te intens is om te dragen.Maar oh, dat samensmelten. Toch wel een fijne plek om te vertoeven.
Misschien is het uiteindelijk gewoon des mensen.
Dat verlangen.
En zit ik vermoedelijk wat aan het extreme uiteinde van die gevoeligheid. En besef ik maar al te goed dat niets of niemand die honger naar eenheid voorgoed zal stillen. Zoals Henri Nouwen schreef: “
No friend or lover, no husband or wife, no community or commune will be able to put to rest our deepest cravings for unity and wholeness.”
(Dju toch, Henri. Verpest het toch even niet).
En toen. Hoorde ik de pakkende woorden van kunstenares Grace Tjang in Touché:
“
Liefde is een geur.Het is een aanraking.Het is je ogen dicht doen en je kinderen zien.Liefde is gewoon heel.veel.troost.Al heb je dat maar één moment gehad in je leven, dan is het gewoon dat, dat telt.”
Oefh. Ik ging gebukt onder de schoonheid ervan.
Misschien zit de kunst er in om niet van dat verlangen af te raken. Om tijdens die zoektocht nederig te wachten op — en te genieten van — dat ene moment. Met een ander. Met
iets anders. Met jezelf.
En in de tussentijd kunnen we misschien wat op elkaar leunen. In dit mogelijks wachten op Godot.
En wie weet komt er al leunend een tikkeltje samensmelten aan te pas ;-)
Dansende groet,
Ama